Eerste hulp bij wonden!

dinsdag 08 september 2015

De behandeling van een wond bij een eerste hulpverlening is afhankelijk van meerdere factoren. In de eerste plaats de aard en de tweede plaats de ernst.

eerste hulp bij wonden

In sommige gevallen hebben geneesheren zelfs het liefst dat je, afgezien van afdekken tegen verdere infectie, er zelfs helemaal niets aan doet. Denk hierbij aan een open botbreuk of een messteek waarbij het wapen zich nog in het lichaam bevindt. Gelukkig komen we zulke ernstige wonden niet vaak tegen. Waar we wel regelmatig mee te maken krijgen zijn grotere en kleiner wonden van huishoudelijke aard. Deze zijn vaak goed zelf te behandelen. Naar de ernst van de wond maken we hier als eerste hulp verlener onderscheid in een tijdelijke en een definitieve behandeling.

Soorten wonden

Wonden en hun behandeling delen we in naar type wond en de gevolgen die ze heeft op ons algehele welzijn. Er zijn gesloten en open wonden. Een binnenwaardse bloeding valt ook onder de categorie wonden. Een bloeduitstorting is met koelen en gel te behandelen. Met een serieuze bloeding in bijvoorbeeld de buikholte kan je niets anders doen dan zorg dragen dat de patiët zo snel mogelijk in een ziekenhuis komt.

Daarnaast is het bij een groter letsel heel goed mogelijk dat we naast de eerste hulp aan de wond tevens het welzijn van de patiënt in de gaten moeten houden. Denk aan het voorkomen van onderkoeling of het verliezen van het bewustzijn. In de categorie oppervlakkige huidwonden onderscheiden we de volgende acht soorten:

  • barst- of crushwond, veroorzaakt door een beknelling of afklemmen
  • bijtwond, veroorzaakt door een dier of mens
  • brandwond van hitte of chemicaliën
  • schaafwond
  • splinterwond
  • snijwond
  • steekwond
  • rijtwond waarbij de huid onregelmatig is opengescheurd

Voorkom besmetting

Een van de eerste dingen waar je op let is dat je het gevaar van besmetting door vuil en bacteriën zo veel mogelijk uitsluit. Was daarom eerst goed je handen voordat je eerste hulp verleent en trek, indien je ze bij de hand hebt, onderzoekshandschoenen aan. Zo bescherm je jezelf tegen eventuele overdraagbare aandoeningen van bloed en/of lichaamsvocht van de gewonde én je voorkomt verdere besmetting van de wond via jouw handen.

Gesloten crushwonden die zich een flinke bloedblaar hebben gevormd en splinters die zo diep zitten dat er meer dan een pincet nodig is om hem eruit te krijgen dek je het best alleen maar af met een los steriele gaasjes en breng de patiënt naar een arts. Dit geldt ook voor 2e graads brandwonden die groter zijn dan de helft van de palm van de hand van de gewonde. Bij kleinere brandwonden is de eerste actie koelen, koelen en nog eens koelen. Zorg ervoor dat dit met lauw, stromend water gebeurd, en dus niet met koud water en absoluut ook niet met ijs. Derdegraads brandwonden en bijtwonden van mens of dier zijn eveneens altijd reden voor een noodverband met aansluitend een bezoek aan de dokter.

Behandeling van open huidwonden

Snij- en schaafwonden waar vuil in zit spoel je zoveel mogelijk schoon met drinkbaar water of niet kleurend desinfectiemiddel. Vuile huid rondom de wond mag je met een doekje met zeep voorzichtig reinigen.

Bij diepere snijwonden laat je de patiënt het verwonde lichaamsdeel zo hoog mogelijk houden om een teveel aan bloedverlies te tegen te gaan. Zie je dat je het bloeden niet kan stelpen met een verband, meestal bij wonden groter of dieper dan een centimeter, breng je de patiënt naar de huisarts om de wond te laten hechten. Kleinere snijwondjes dep je droog, en druk je voorzichtig dicht. Door een pleister iets uit te rekken voordat je hem over de wond plakt houdt deze het wondje mooi dicht. Schaafwonden zijn pijnlijk en vet zalfgaas of een licht kompres met wondgel geven verlichting, ontsmetten en werken huidhelend.

Meer informatie over de juiste wondverzorging?

Wens je meer informatie over de juiste wondverzorging? Neem dan zeker een kijkje op onze webshop voor medische materialen, of stel ons vrijblijvend een vraag via ons contactformulier. Onze experts helpen u graag.